¶ Nr. 113.
Freud’ und Leid.
1‘Ik klommer den boom al op
en die mijn te hooge was.
de takjes braken aan stucke
en ik viel in het gras,
en met een quam daar mijn zoete lief aan rijden.’
2‘Lief, wilt gij met mijn rijden,
lief, wilt gij met mijn gaan,
ik zalder jou heenen leiden,