Lief mondelijn rood!
die hoeft er niet meer te vrijden.
2Hij ging er voor zijn liefs venstertje staan
met een zoo droeve zinne:
‘slaapt gijder of waakt gij, mijn zoete lief?
staat op en laat mijn inne!
Lief mondelijn rood!
en mij dunkt, ik hoor jouw stemme.’
3Het meisje uit haar slaap ontsprong:
‘wie klopt hier alzoo laate?