5Zij zei: ‘jongman, houd goede moed,
kiest een ander jong van jaren!
als de liefde van een kant komen moet,
zoo valt het zwaar te dragen.
Lief mondelijn rood!
mogt ik vangen dat ik jage!’
6‘Dat gij jaagt dat vangtje wel,
lief, en wilt daarom niet treuren!
al waren wij duizend mijlen van een,
dat god voegt zal gebeuren,