Angenehme Ruh!

1‘Wij willen nog niet scheiden,

het is nog een paar uurtjes te vroeg,

den tijd willen wij verbeiden

van nu tot morgen vroeg.

waar heefter mijn liefje zoo lange geweest?

ik heb om harent wille

zoo zeer verslagen geweest.’

2‘Hebt gij om harent wille

zoo zeer verslagen geweest: