¶ Nr. 145.

Tanz, tanz, Nönnelein!

1‘Danst, danst, kwezelken!

ik zal u geven een peerd.’

daer sprak dat loddelyk kwezelken

‘dat is het dansen niet weerd;

ik en kan niet dansen,

ik en kan niet springen,

dansen is onzen regel niet,