nonnen en paters dansen niet.’

2‘Danst, danst, kwezelken!

ik zal u geven een koe.’

daer sprak dat loddelyk kwezelken:

‘ik ben het dansen moê;

ik en kan niet dansen,

ik en kan niet springen,

dansen is onzen regel niet,

nonnen en paters dansen niet.’

3‘Danst, danst, kwezelken!