De gelegenheid maakt den dief. Opportunity makes the thief.
De gekken vragen naar de klok, maar de wijzen weten hunnen tijd. Fools ask what’s o’clock, but wise men know their time.
De gewoonte is eene tweede natuur. Custom is second nature.
De goede betaler is meester van eens anders beurs. He who pays well is master of another’s purse.
De hennen leggen gaarne waar zij een ei zien. Hens like to lay where they see an egg.
De honig is zoet, maar de bije steekt. Honey is sweet, but the bee stings.
De jonge dwazen meenen dat d’oude razen, maar d’oude hebben meer vergeeten als de jonge dwazen weten. Young fools think that the old are dotards, but the old have forgotten more than the young fools know.
De jonge raven zijn als de oude gebeit. The young ravens are beaked like the old.
De kaars die voor gaat die licht best. The candle that goes before gives the best light.
De kap maakt de monnik niet. It is not the cowl that makes the friar.