De vrucht valt niet ver van den stam. The fruit falls not far from the stem.
De waarheid is eene dochter van den tijd. Truth is the daughter of time.
De wereld is een schouwtooneel; elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel. The world’s a stage; each plays his part, and takes his share. (The earliest collection in which we find this Shakspearean proverb is Winschooten’s Seeman, Leyden, 1681.)
De wereld wil bedrogen zijn. The world likes to be cheated.
De woorden zijn goed, zei de wolf, maar ik kom in ’t dorp niet. The words are fair, said the wolf, but I will not come into the village.
De zee en de visschen verzwelgen. To swallow both sea and fish.
De zee met sponsen opdroogen. To wipe up the sea with a sponge.
De ziekten komen te paard, en gaan te voet weêr heen. Sickness comes on horseback and departs on foot.
De zotten maken de feesten en de wijzen hebben de geneugten. Fools make feasts and wise men eat them.