Het vermaak streelt de zinnen. Pleasures steal away the mind.
Het vloeit als een fontein uit een’ bezemstok. It flows like a fountain from a broomstick.
Het vossenvel aan den leeuwenhuid hechten. To piece the lion’s skin with that of the fox.
Het wapen van Brugge: een ezel in een’ leuningstoel. The arms of Bruges: an ass in an arm-chair.
Het zijn niet alle koks die lange messen dragen. All are not cooks who wear long knives.
Het zijn niet alle vrienden die eenen toelachen. All are not friends who smile on you.
Hij beoordeelt een ieder naar zich zelven. He measures others by his own standard.
Hij blijft bij zijn woord, als de zon bij de boter. He keeps his word, as the sun keeps butter.
Hij brandt de kaars aan beide einden. He burns the candle at both ends.
Hij domineert als een aal in de tobbe. He lords it (or swaggers) like an eel in a tub.