Men moet de ploeg niet voor de paarden spannen. Don’t yoke the plough before the horses.
Men moet de schapen scheren, maar niet villen. Shear the sheep, but don’t flay them.
Men moet de steel de bijl niet na werpen. Don’t throw the handle after the bill.
Men moet eten, al waren alle boomen galgen. A man must eat, though every tree were a gallows.
Men moet zeilen terwijl de wind dient. Men must sail while the wind serveth.
Men moet zomwijl de duivel een kaars ontsteeken. One must sometimes hold a candle to the devil.
Men plukt de gans, zoo lang zij vederen heeft. Geese are plucked as long as they have any feathers.
Men spreekt zoo lang van een ding, totdat het komt. What is long spoken of happens at last. (Long looked for comes at last.)
Men vangt meer vliegen met een’ lepel stroop dan met een vat azijn. More flies are caught with a spoonful of syrup than with a cask of vinegar.
Men vangt geen hazen met trommels. Hares are not caught with drums.