Uitzondering.—De voornaamwoorden, die eindigen op u, veranderen u in i; omnu (al, elk), meerv., omni.
Bemerking.—Men mag het bijvoegelijk naamwoord onveranderd laten en den meervoudsvorm geven aan het lidwoord[4].
La nia (de onze) meerv., la nii of wel le nia.
Volgens het voorgaande zou men meenen, dat de woorden boai en kakai meervoudsvormen zijn van bijvoegelijke naamw; toch is dat zoo niet. Zie maar; boao (boa), meerv., boai (naamword); kakao (cacao), meerv.,
kakai (naamwoord).
Men zal bekennen, dat dit er alles behalve eenvoudiger uitziet dan de eenige meervoudsvorm, zonder uitzonderingen, van het Esperanto.
Wat de zaak nog veel ingewikkelder maakt, is dat de leerling in de gewone «volledige» (?) handboekjes van Ido, al die grilligheden niet aantreft en met behulp van zulk een handboekje zou het hem onmogelijk zijn het werkje «Historio de nia Linguo» van Dr Jespersen te vertalen.
Doch het wordt tijd tot een besluit te komen. Niet alleen op grond van eigen onderzoek maar ook om de overtuigende bewijzen van talrijke geleerden heb ik de voorkeur gegeven aan Esperanto boven Ido.—Ziedaar, waarom ik ook niet aarzel hier mijne meening neer te schrijven:
Het Esperanto is eene eenvoudige en welluidende
taal, die rijk genoeg is om in alle vakken tot alle wederlandsche betrekkingen gebruikt te worden, ook onder alle opzichten mag zij de volmaaktste genoemd worden van al de tot heden bekende stelsels.