de nacht der boosheid door uw licht
verdwijnt en klaart zich, wijl het duister zwicht,
den heldren dageraad die moet verschijnen,
de donkerheid die moet verdwijnen,
wijlze uw schijnsel mijdt.
12Verlicht, o kind van Bethlehem,
ons hart en ziel, ons gansch gemoed en zinnen,
opdat wij u te recht beminnen,
en leid ons in het hoog Jerusalem!
laat in mijn hart uw kribbe zijn,