wat baat jou ’t leven dan?’
11‘Zou ik niet hooger wassen,
ik ben er maar elf jaar oud,
ik hoop er noch hooger te wassen
als er boomen staan in ’t woud.’
12‘Hoopt gij noch hooger te wassen
als er boomen staan in ’t woud,
zoo heb ik noch een dochter
die is jong en daar toe stout.
13Zij draagt op haar hoofdje