hoe veel mannen hebt gijder gehad
op een wintersche koude nachten?’
10Zij stak op haar handjes twee,
haar vingers alle achten:
‘alzoo veel mannen heb icker gehad
al op een wintersche koude nachten.’
11‘Zegt mijn, zegt mijn, wel wereldsch wijf,
bij wie zoo wilt gij slapen?
bij mijn of bij mijn schildeknecht
of bij mijn onderzaaten?’