17’s Morgens vroeg, het was schoon dag,

d’ haan kraaide om te kleeden,

doen was zijn jongste dochterkijn

met het wereldsche wijf gereden.

18‘Nu zadelt mij mijn beste paard,

mijn beste ros van vijven!

de bloempjes die aan de groene dale staan

zullen mijnder de weg wel wijzen.’

19Hij reed over berg, over dieper dal

zoo meniger stoute mijlen