en gaf hem ’t sacramente.
‘och rijke god van den hemel hoog,
nu gaat het aan mijn ende!’
9Men voerden hem voort ter poorten uit,
die leere moest hij opstijgen:
‘och meester, laat mijn een kleine tijd
mijn jong leven beschrijen!’
10‘Een korten tijd en laat ik u niet,
of gij mij mogt ontrinnen.
geeft mij een zijden doekjen ziet,