met alle mooije meisjes die bij hem zijn!’
6Wat trok hij uit zijn mouwe?
een ketting rood van gouwe:
‘die wil ik u, schoon kind, schenken,
wilt op uw lief niet meer denken!’
7‘Al ware de ketting nog eens zoo lang,
dat zij van de hemel op de aarde hang,
veel liever wil ik ze verliezen,
eer ik een ander liefje wil kiezen.’
8Doe ontroerde de heer zijn bloed: