Hier van daan naar het groene woud,
Mietje, doet open enz.
Ik voer al over zee, wilje mee enz.
allemaal witte boonen enz.
Mooi Saartje, is jou moeder niet t’huis enz.
Te Gent daar staat een kloosterkijn klein,
daar alle fijne nonnen in zijn enz.
Te Hellevoetsluis daar staat een huis enz.
Trijntje, wilje mee geen?