6Ten einde van mijn liefjens hoofden
hei! daar staater noch een kofferkijn,
en daar leit inne besloten
hei! mijn zoete liefjens trouwetjen van mijn.
7Ten einde van mijn zoete liefjens voeten
hei! daar staater noch een flesje met wijn,
en daar en zal niemand uit drinken,
of het zal den alderliefste zijn.
8Ten einde van mijn liefs bogaarde,
hei! daar staander noch twee boomkens fijn,