¶ Nr. 143.

Nönnchen willst du tanzen?

1‘Zeg, kwezelken, wilde gy dansen?

ik zal u geven een ei.’

wel neen ik, zeî dat kwezelken,

van dansen ben ik vry.

’k en kan niet dansen,

’k en mag niet dansen:

dansen is onze regel niet,

begyntjes of kwezelkens dansen niet.