Behalve zijn liefde voor de Engelsche literatuur, bezit de Heer Brown ook den kostelijken humor die zoo speciaal Britsch is, dien humor zonder eenige pretentie, maar daarom juist zoo onweerstaanbaar.

Verslag te geven van deze voordracht is ondoenlijk. Men moet die zelf hooren om mee te schateren van ’t lachen.

Rotterdamsch Nieuwsblad.

Dms. Brown heeft ook ditmaal weder veel succes gehad en wij zouden niet weten wat meer te prijzen: zijn schoone “dictie” van verzen, of de geestige manier, waarop hij “a Briton’s Difficulties in mastering Dutch” behandelde. Het laatste bracht de lachspieren heftig in beweging en bij elken “blunder” van den Brit schaterde het publiek het uit.

Van harte hopen wij, dat het Haarlemsche publiek het volgend jaar nog eens in de gelegenheid zal worden gesteld dezen begaafden spreker te hooren.

Haarlemsche Courant.

”... Aan velen in den lande zijn de stukjes, hier in een bundel verzameld, reeds bekend, want de Heer Brown heeft ze op verschillende plaatsen voorgedragen. In een aantal recensies van die voordrachten wordt gewag gemaakt van het onbedaarlijk gelach, dat de voordrager er mee verwekte. Het is ons bij de lezing niet anders vergaan. We konden ons telkens niet houden van het lachen. Het boekje is inderdaad vol onweerstaanbare vis comica.”

Nieuwe Rotterd. Courant.

... Van af de eerste tot de laatste bladzijde spreekt er uit het boekje een schat van gezonden, ongezochten humor, afgewisseld door tal van rake opmerkingen, over misbruiken in onze spreektaal binnengeslopen en zoo geacclimatiseerd, dat we ze nauwelijks meer bemerkten. Zelfs Nurks zaliger nagedachtenis zou het bezit van lachspieren gemerkt hebben, wanneer hem ooit de conversatie tusschen O’Neill en den heer van ’t bevolkingsregister ware medegedeeld.

Als ’t waar is, dat lachen een genezenden invloed op zieken uitoefent, wagen we “An Irishman’s difficulties with the Dutch language” als universeel-geneesmiddel aan te bevelen, op gevaar af, ons schuldig te maken aan onbevoegd uitoefenen der geneeskunde....